Studiemiddagen
Drie maal per jaar worden er studiemiddagen voor de leden van de sectie georganiseerd, die met name gericht zijn op verdieping. Studiemiddagen zijn gratis toegankelijk voor (aspirant)leden van de Sectie en worden gehouden in De Kargadoor aan de Oudegracht in Utrecht. Sinds begin 2016 zijn de studiemiddagen ook opengesteld voor niet-leden van de Sectie.
Niet-leden betalen per bijeenkomst inschrijfgeld:

- voor VCW-leden  € 25,- per studiemiddag
- voor niet-VCW-leden € 35,- per studiemiddag

Op woensdag 4 oktober 2017 organiseert de Sectie Therapie een studiemiddag in De Kargadoor in Utrecht met als titel:

Altijd online! Menselijk contact en digitale technologie

Spreker op deze middag is Ruben Jacobs.

Uit onderzoek blijkt dat jongeren tussen 18 en 24 jaar gemiddeld 37 uur per maand op hun smartphone kijken, bijna een volle werkweek per maand. 'Online zijn’ is voor huidige tieners en twintigers zo normaal geworden dat het onderscheid tussen on- en offline irrelevant lijkt te zijn geworden. Nieuwe generaties groeien ‘onlife’ op. Wat betekent dit voor de manier waarop deze generatie (s) inter-menselijke relaties en contact(en) onderhouden? Wat voor invloed heeft dit op de onderlinge communicatie in families? Hoe krijgen principes als erkenning, waardering en rechtvaardigheid in relaties vorm binnen deze nieuwe technologische context? Creëert de online wereld voornamelijk een wig tussen jong en oud? En: hoe praat je op een vruchtbare manier met jongeren over digitale technologie? Een nieuwe maatschappelijke ontwikkeling die van grote invloed is op onze cliënten en hun manier van communiceren. Dit heeft belangrijke implicaties voor het werk van therapeuten. Ruben Jacobs zal vanuit zijn ervaring en kennis ons deze studiemiddag laten na denken over de gevolgen van deze ontwikkeling voor onze praktijk.

Ruben Jacobs (1984) is socioloog en publicist. Als docent en onderzoeker is hij verbonden aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Daarnaast schrijft op regelmatige basis voor o.a. Brainwash.nl en de Volkskrant over o.a. technologische cultuur, onderwijs, kunst en ecologie. In 2014 kwam zijn eerste boek Iedereen een kunstenaar (V2, Rotterdam) uit over de ambivalente rol van authenticiteit in ons hedendaagse cultuur.

Programma

13.30 u                Inloop

14.00 u                Welkom door Bart Hendriks, voorzitter Sectie Therapie

14.15 u                Lezing Ruben Jacobs

15.15 u                Pauze

15.30 u                Nabespreking

16.15 u                Afsluiting

Locatie 
De Kargadoor, Oudegracht 36 in Utrecht (tel 030-231 0377)

Eerder gehouden studiemiddagen

7 juni 2017
In verband met het 10-jarig bestaan een bijzondere studiemiddag van de Sectie. Schrijver Abdelkader Benali hield een lezing en ging met de aanwezigen in gesprek over zijn boek "Brief aan mijn dochter".

    1 februari 2017 - Proeverij
    Op woensdag 1 februari organiseerde de Sectie Therapie haar vijfde proeverij:
    Rouw en verlieservaringen in de contextuele hulpverlening
    Ieder mens krijgt vroeger of later te maken met rouw- en verlieservaringen. Rouw is niet alleen te herleiden tot verlies door overlijden. Ook andere ingrijpende verlieservaringen zoals verlies van gezondheid, van partner na een scheiding, van scheiding  van de ouders, verlies van werk, van land, dromen en doelen kunnen elk op zich rouw initiëren. Dit leidt over het algemeen tot een vorm van een zoektocht naar betekenis en tot een aanpassings- en veranderingsproces van onze leefwijze, het herdefiniëren van ons zelfbeeld en wereldbeeld, het herijken van onze hechtingsrelaties, het hervinden van de emotionele balans, het dragen van de pijn van het verlies en hoe die pijn ons kan transformeren, waardoor we “zijn wat we hebben verloren” (citaat Johan Maes). Rouw en verliesbegeleiding wordt daarom ook  in toenemende mate geïntegreerd binnen hulpverlenings- en begeleidingsvormen. Wat kan de meerwaarde zijn om specifiek aandacht te besteden aan rouw- en verlieservaringen binnen je hulpverlening / contextueel praktijk? Wat gebeurt er binnen een context als er rouw komt?
    Annie de Weerd-van Leeuwen is jaren werkzaam als contextueel therapeut, rouwtherapeut en EFT therapeut. Ze heeft een eigen praktijk voor individuele, relatie (EFT) en gezinstherapie, rouwtherapie en supervisie.  Zij zal je kennis laten maken met hoe rouw- en verlieservaringen  een plek kunnen krijgen binnen de contextuele praktijk, en hoe dit van waarde kan zijn binnen het contextuele werk.

    Werken met de Relationele Ethiek Schaal (RES)
    De Relationele Ethiek Schaal (RES). Heeft u er al eens van gehoord? Zo nee, dan introduceer ik hem graag aan u. Bent u er wel al mee bekend? Dan nodig ik u uit het gesprek met me aan te gaan over de mogelijkheden om dit instrument binnen het contextuele werkveld in te zetten.
    Ik ben Joyce Wetzels en heb een praktijk voor contextuele hulpverlening in Meerssen (Zuid-Limburg). In het laatste jaar van mijn opleiding “Contextuele Hulpverlening Specialisatie” voerde ik een kwalitatief onderzoek uit naar het gebruik van de Relationele Ethiek Schaal binnen de contextuele hulpverlening. De schaal werd ontwikkeld door Hargrave en collega’s (1991) met als doel een betrouwbaar en valide meetinstrument te creëren voor de verwante constructen van de relationeel ethische dimensie. Tevens duidden de auteurs aan dat de RES gebruikt kan worden door contextueel therapeuten in de klinische praktijk. De resultaten van dit onderzoek deel ik graag met u.
    Joyce is afgestudeerd als Sociaal Pedagogisch Hulpverlener aan de Hogeschool Maastricht en als Gedragswetenschapper aan de Universiteit Maastricht. Zij is 12 jaar werkzaam geweest in de volwassenen- en jeugdhulpverlening. In 2013 startte ze als contextueel therapeut haar eigen praktijk.


    5 oktober 2016
    Wat denk je zelf !? door Leen Speelman
     Kinderen leren door te filosoferen hun eigen weg te vinden in de wereld die soms verwarrend is. Leen vertelt aan de hand van videomateriaal en vanuit zijn eigen ervaringen wat er aan basishouding nodig is om dit met kinderen te kunnen doen en hoe dit te gebruiken in de therapeutische praktijk. Na de pauze gaan we met al onze nieuwsgierigheid, openheid en zonder oordeel vooraf filosoferen en/of ‘na denken’ over ons contextuele ‘gedachtegoed’. Kan dat überhaupt nog op onze leeftijd en na zo veel jaren in het werk?

    Leen Speelman is geboren in 1943. Na zijn doctoraal Nederlands heeft hij 7 jaar les gegeven op de pedagogische academie  H. Bouman in Amsterdam. Daarna heeft hij 26 jaar gewerkt als schoolbegeleider van basisscholen en basisschoolleerkrachten. In beide werkkringen heeft hij veel ervaring opgedaan met het begeleiden van individuele mensen, van teams en van management. Vandaar dat hij zich ook nu nog inzet als coach naast zijn psychotherapeutische werkzaamheden.
    Een van zijn specialisaties is het filosoferen met kinderen. Leen begeleidt daarin al sinds de jaren ‘80 basisscholen. Ook geeft hij workshops Filosoferen met kinderen, o.a. voor kinder- en jeugdtherapeuten. In 2000 heeft hij het diploma Hypnotherapeut behaald en in 2006 het diploma Integratieve therapie ontvangen. Leen is ECP gecertificeerd (2009). Tot begin 2015 was hij als opleider verbonden aan de NAvP te Amsterdam. Hij gaf o.a. de basismodules Wijsgerige vraagstukken en Wet en ethiek.

      1 juni 2016
      Er werd gekeken naar en gesproken over de documentaire ‘Ver van Daan’.
      In deze documentaire doorbreekt Roderik Schaepman het zwijgen over een moeilijke periode in zijn jeugd, waarin de bipolaire stoornis van zijn vader (Daan) leidt tot de echtscheiding van zijn ouders. Met zijn zoektocht hoopt hij ook meer te weten te komen over de betekenis van de ziekte van zijn vader voor zijn eigen leven. Een bipolaire stoornis is immers erfelijk. Sinds hij zelf vader is realiseert Roderik zich dat ook hij de kans loopt om, net als zijn vader, manisch depressief te worden.

      Het raakt Roderik als zijn vader hem vertelt dat hij vanuit de instelling, waarin hij destijds verbleef, een lange bustocht maakte om een glimp op te kunnen vangen van zijn kinderen. Ook duiken er uit een oude koffer liefdesgedichten op die aan zijn moeder zijn gericht. Roderik lijkt zich tijdens zijn zoektocht meer bewust te worden hoe alleen zijn vader al die tijd moet zijn geweest. De vraag komt op, of zij als familie niet eerder met Daan in gesprek hadden moeten gaan. ‘Daan is meer dan zijn stoornis’!
      Gaat Roderik het steeds meer als zijn verantwoordelijkheid ervaren deze zoektocht door te zetten? Zien we hier iets terug van E. Levinas? De contextuele thema’s ‘spatten van het scherm’ als het gezin bij elkaar komt om te spreken over deze pijnlijke periode.

      24 februari 2016
      'Proeverij'

      1. Opmerkzaamheid in verbinding: mindfulness binnen contextuele hulpverlening
      "Mindfulness is een erkende methode binnen diverse vormen van therapie (o.a. MBCT, ACT, Mindful parenting) en wordt in toenemende mate geïntegreerd binnen hulpverlenings- en begeleidingsvormen. Wat kan de meerwaarde zijn van mindfulness binnen de contextuele praktijk? Anouk Roesink, docent en maatschappelijk werker heeft in 2015 de master contextuele hulpverlening afgerond met een onderzoek naar deze vraag. Iny Heesen is sinds jaren werkzaam als mindfulnesstrainer MBSR en contextueel therapeut . Zij zullen u kennis laten maken met wat mindfulness is (en wat het niet is), hoe mindfulness een plek kan krijgen binnen de contextuele praktijk, en hoe dit van waarde kan zijn binnen het contextuele werk."
      Anouk & Iny

      2. Contextueel werken in de BuurtzorgT
      Door de huisarts wordt een cliënte aangemeld.  Zij heeft ernstig depressieve klachten en heeft al verschillende gesprekken met een praktijkondersteuner GGZ gehad. Deze komt echter niet verder.  De huisarts zou medicatie willen voorschrijven maar cliënte wil daar (nog) niet aan. Zij is bekend met depressies in de voorgeschiedenis en is hier ook al eens voor opgenomen. De klachten zijn ontstaan sinds de geboorte van haar dochtertje, nu drie maanden oud. Het vermoeden bestaat dat er ook sprake is van een alcoholprobleem. Er is sprake van een zeer beperkt steunsysteem. Mevrouw staat open voor hulpverlening maar staat er ook wantrouwend tegenover door eerdere ervaringen.
      Aan de hand van diverse casuïstiek neemt  Marjolein Lauteslager jullie mee in de werkwijze van BuurtzorgT en hoe zij daarbij gebruik maakt van het contextuele gedachtegoed. BuurtzorgT-teams zijn multidisciplinair gevormde kleine teams met een eigen psychiater. De T van BuurtzorgT staat voor Toekomst en voor Thuis.
      Marjolein

      3. Marokkaanse moslimvrouwen en zelfbeschikking
      We hebben in het VCW vakblad al kennis mogen maken met Nadia Dahri waarin zij vertelt over het risico van gezinsuitsluiting voor Marokkaanse moslimvrouwen die streven naar een groter recht op zelfbeschikking. Omdat familie eer en –belangen voorop staan ervaren sommige Marokkaanse moslimvrouwen een loyaliteitsconflict als het komt tot keuzes tussen de eigen belangen en die van hun gezin en familie. In haar masteronderzoek geeft Nadia antwoord op de vraag welke bijdrage de Contextuele hulpverlener kan leveren aan Marokkaanse moslimcliënten zodat zij een balans vinden tussen de gezinsuitsluiting waarvan zij het slachtoffer zijn en hun verbondenheid met datzelfde gezin?
      Nadia
       
      7 oktober 2015: Zelfzorg in het belang van de ander'

      door dr. Jan Keij
      Zorgen voor de ander: onze bereidheid en inzet daartoe zijn vaak groot, soms ook te groot. Terwijl een goede zelfzorg een onmisbare voorwaarde is om anderen te kunnen helpen. Om het populair te zeggen met Bertold Brecht, uit de Dreigroschenoper: “Erst kommt dass Fressen, dann kommt die Moral.” Bij die zelfzorg hoort ook dat ik mijzelf ben in de zin dat ik voldoende zelfinzicht heb; dat ik mijzelf bij wijze van spreken in bezit heb. Want alleen degene die zichzelf in eigendom heeft (die authentiek zichzelf is) kan zichzelf pas weggeven.
      Kortom, zelfcreatie en solidariteit gaan onlosmakelijk samen. Deze boodschap zal de verheugende inhoud zijn van de studiemiddag. Met daarbij een opwekkende PowerPoint en fraaie citaten uit de romanliteratuur.
      Jan Keij was 15 jaar onderwijzer in het basisonderwijs, en studeerde in zijn vrije tijd filosofie aan de Universiteit van Amsterdam (doctoraal 1985, cum laude). In 1987 kreeg hij een promotieaanstelling als wetenschappelijk onderzoeker aan diezelfde universiteit. Heen en weer geslingerd tussen zijn twee grote liefdes in de filosofie, Nietzsche en Levinas, koos hij na lang dubben voor een promotie op de filosofie van de Franse denker Emmanuel Levinas. Na zijn promotie wilde hij de maatschappelijke relevantie van filosofie gaan toetsen. Hij schreef zich daartoe in bij de Kamer van Koophandel en werd een 'handelaar in denkbeelden', die vaak eeuwenoude, maar geenszins antieke ideeën van grote denkers ging uitleggen aan geïnteresseerde ‘leken’. Daarnaast schrijft hij boeken, een activiteit waarvoor hij soms onderduikt. (http://www.keijfilosofie.nl/personalia)
       
      3 juni 2015: Focussen

      Focussen is als methode ontwikkeld door Eugene Gendlin, een Amerikaanse hoogleraar in de psychologie en filosofie. Hij onderzocht waarom sommige cliënten in therapie werkelijk veranderen en anderen niet. Hij ontdekte dat "de succesvolle cliënt" op een bepaalde manier met zichzelf en zijn problemen omgaat. Zo'n cliënt luistert van binnen en tast af hoe iets in zijn geheel aanvoelt, zowel emotioneel als fysiek. Dit vraagt een kanteling van de externe dialoog naar de interne dialoog.
      Focussen is aandacht geven aan iets van binnen dat nog vaag is en waarvan je  voelt dat het hoort bij  je leven. Als je hier bij leert stil staat  krijgt het de kans zich te ontvouwen en zijn eigen verhaal te vertellen. Het wordt duidelijk waar het echt om gaat. Als gesprekspartner facilitair je dit proces. Focussen kan helpen bij het vinden of vrijmaken van een eigen innerlijke  coach. Carianne zal u introduceren in deze werkwijze aan de hand van theorie en casuïstiek. Inbreng van eigen casuïstiek is mogelijk.
      Carianne Keus is supervisor/coach en werkzaam bij SOVEE in Amersfoort. Zij geeft supervisie aan professionals en studenten van de HU die werkzaam zijn in het sociale domein. Daarnaast coördineert zij een coachproject en begeleidt ze jongeren in het kader van voorkomen van voortijdig schoolverlaten (VSV). In de begeleiding maakt zij onder meer gebruik van ervaringsgerichte werkvormen zoals focussen, opstellingen, visualisatie en andere creatieve middelen

      4 februari 2015: Proeverij
      1. Polyamorie
      Komt een echtpaar bij je in therapie. Hij wil een open relatie, zij niet. Naast zijn vrouw heeft hij een vriendin voor wie hij liefde voelt en dat is wederkerig. Haar partner steunt hun contact, zijn partner niet. Of een single klopt aan om therapie. Ze heeft meerdere vrienden met wie ze ook regelmatig het bed deelt. Eén van hen wil een relatie met haar en daar hoort volgens hem bij dat ze dan geen seks meer heeft met de anderen. Ze verwachten van jou dat je hen helpt om met wederzijds respect een weg te vinden om hiermee om te gaan. Ze beseffen dat het (onderliggende) thema anders kan zijn dan polyamorie, hoewel het officieel zo heet.  Neem je deze mensen in therapie? Wat is je benadering? Hoe krijgt je meerzijdige partijdigheid vorm? Wat zijn je eigen overtuigingen, normen en waarden en wat betekent dat voor dit echtpaar met deze thematiek?
      Anneke Blaauwendraad AFINIDAD, praktijk voor relatietherapie

      2. Seksespecifieke kenmerken van de communicatie
      In deze proeverij worden de seksespecifieke kenmerken van de communicatie belicht vanuit de cliënt en vanuit de hulpverlener en de wederzijdse beïnvloeding van het communicatieproces. Hoe kan dit de dialoog bevorderen of tegenwerken? De laatste onderzoeken wijzen uit dat in Nederland de rolverdeling tussen man en vrouw nog grotendeels op traditionele normen en waarden zijn gebaseerd. De hulpverlener daarentegen is vaak meer en verder geëmancipeerd dan de cliënten die hij/zij in zijn/haar werk tegenkomt. De vraag komt op in hoeverre dit van invloed is op zijn/haar communicatieve vaardigheden in contact met de man en vrouw en eventueel kinderen die hij/zij in zijn/haar werk tegenkomt. Ook hoe hij/zij zelf als man of vrouw gezien wordt en benaderd wordt, beïnvloedt zijn/haar werk als contextueel hulpverlener. Vooral in de gezinsgerichte hulpverlening waarin zowel met de vader als met de moeder een dialogisch proces bevorderlijk is, geeft dit aandachtpunten.
      Bart de Brabander

      3. De mogelijkheid mee te werken aan een "echte" zorgzame samenleving.
      In mijn werkzame leven heb ik een praktijk voor Integrale Therapie, en daarnaast een vaste aanstelling als intern teamcoach in een zorginstelling voor kinderen en volwassenen met een verstandelijke beperking. Voor mijn scriptie heb ik besloten mijn onderzoek te doen in deze instelling. Mijn onderzoek richtte zich op Jongeren met een Licht Verstandelijke Beperking (LVB jongeren). Ik onderzocht hoe belangrijk de sociale context is voor de jongere, hoeveel zicht hij heeft  op de belangrijke ander en hoe bewust hij is van zijn eigen hulpbronnen. Tegelijkertijd was ik benieuwd wat het zou doen met de jongere als ik de sociale context in beeld zou brengen voor hem/haar. Daarnaast wilde ik weten hoeveel  zicht medewerkers hebben op het belang van de sociale context van de jongere en wat daarin verbeterd zou kunnen worden. Door mijn casestudy kon ik o.a. zien hoe weinig bewust de professionele hulpverlening zich was van de hulpbronnen die er ondanks alles toch zijn en die professioneel hulpverleners daardoor "te" weinig aanboren. Ondanks de beperking van de cliënt zijn er zoveel mogelijkheden, het inzicht daarin doet iets met de professional, als mens, in zijn eigen context en in zijn professioneel handelen.
      Loes Dijker

      8 oktober 2014: 'Rizomatisch Denken'
      door Jan Flameling
      In ‘onze eigen maand van de filosofie’ is het ons gelukt om een bekende spreker te strikken voor een bijzonder en boeiend onderwerp. De spreker in kwestie is Jan Flameling,  die al sinds 1994 een eigen filosofisch bureau heeft en daarnaast één van de belangrijkste docenten aan de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW).
      Hij kan als geen ander in gewoon Nederlands ingewikkelde filosofische thema's, gedachten en theorieën overbrengen. Op deze middag neemt hij ons mee naar het gedachtegoed van de Franse differentiedenker Gilles Deleuze. Gilles Deleuze ging door  waar een andere grootheid,  Heidegger, stopte. Hij was de inspiratiebron voor veel feministische denkers zoals Braidotti.
      Jan Flameling zal proberen om het belangrijke gedachtegoed van Deleuze te verbinden met onze dagelijkse contextuele praktijk. In het rizomatisch denken van Deleuze vinden we aanknopingspunten waar wij als therapeuten heel veel van kunnen leren. Als geen ander zal Jan Flameling duidelijk maken dat filosofie en psychologie onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.

      4 juni 2014: Het verborgen systeem binnen het systeem
      door Nancy Kersch
      Als hulpverleners proberen wij mensen weer in beweging te brengen. Veelal gebeurt dit in figuurlijke zin en worden taal en cognitie als middelen gebruikt. Vaak zit men zo ‘in het hoofd’ dat er grote schatten aan informatie ‘over het hoofd’ worden gezien. De grote schat waar ik over spreek is de schat van de natuurlijke, universele taal van mensen, de taal van (letterlijke) beweging en de taal van dans.
      Mensen zijn voortdurend in beweging. Zonder erbij na te denken is er beweging in een ademhaling, houding, stemgebruik, manier van lopen, manier van spreken. Ook onze gedachten, gevoelens en manier van reageren zijn non-stop in beweging. Als de beweging in het hoofd of in het lichaam vastloopt, kunnen psychische of lichamelijke klachten ontstaan. Men raakt ‘uit contact’ met zichzelf en anderen. Naar mijn idee is een behandeling het meest effectief wanneer het hoofd en het lichaam als geheel bekeken en benaderd worden.
      In het contact met anderen, zoals binnen gezinnen, raken mensen soms verstrikt in destructieve interactiepatronen en bestaat het contact uit verbale discussies, ruzies of juist het negeren van elkaar. Een non-verbale aanpak kan een verrassende bijdrage leveren  aan het tot inzichten, herstel en verandering  komen. Naast praten kan door middel van beweging- en dansopdrachten opnieuw gezocht worden naar krachten en verbondenheid. Op deze studiemiddag wil ik jullie hier meer over vertellen maar vooral ook laten ervaren.

      Nancy Kersch is sinds 2008 werkzaam als (kinder-)neuropsycholoog. Vanuit haar passie en ervaring met de verdedigingskunst Pencak Silat en dans heeft ze zich verdiept in o.a. de psychomotore kindertherapie, dansexpressie, bewegingsanalyse en de (familie) danstherapie. In 2014 heeft Nancy vanuit haar kennis van het hoofd en het lichaam MONADA Therapie ontwikkeld, een combinatie van MOvement, Neuropsychology And DAnce. Bij MONADA therapie laat zij mensen letterlijk en figuurlijk in beweging komen vanuit de overtuiging dat hiermee het contact van de cliënt in relatie tot zichzelf en  anderen verbeterd kan worden.

      5 februari 2014 : De helende werking van het Benedekproces
      door Anney Dohmen
      Ouder zijn biedt, na kind zijn, misschien wel de meest intensieve leermogelijkheden in ons leven. We zitten opnieuw in een hechte ouder-kind relatie, alleen nu aan de kant van de volwassene in plaats van aan de kant van het kind. Dat biedt de mogelijkheid om wat ons als kind zo geraakt heeft, opnieuw te ervaren. En als het dan lukt om onze kinderen anders te benaderen, meer af te stemmen op hun behoeftes, die reacties te geven, die wij als kind zo graag gevoeld of ervaren hadden, dan geeft dat een sterk gevoel van ‘goed ouderschap’.  We zorgen dan niet alleen goed voor onze kinderen van nu, maar tegelijkertijd zorgen we ook goed voor het kind van toen. Benedek beschrijft het proces dat er bij de ouder plaats vindt tussen het moment van het gedrag van het kind en het moment van reactie van de ouder op dit gedrag. Als het lukt om in dit proces inderdaad te komen tot een meer afgestemde reactie op het kind van nu, krijgt ook het kind van toen betere, meer afgestemde zorg. Dit vermindert ‘oud zeer’.
      Anney Dohmen (1953): ik studeerde psychologie aan de Universiteit van Tilburg van 1971 tot 1978. Vervolgens heb ik in de crisisopvang, in de kinderpsychiatrie en in een kindertehuis gewerkt. Sinds 15 jaar heb ik in Vlaardingen een eigen praktijk als Kinder- en Jeugdpsycholoog. Heel lang heb ik mij vooral gericht op neuropsychologische diagnostiek van de informatieverwerking bij kinderen. Hoe een kind informatie verwerkt speelt niet alleen door in het leren, ook in het opvoeden. In mijn diagnostiek ben ik vooral gericht op: Kijken hoe een kind tot een bepaalde prestatie komt om zo te kunnen kijken wat dit kind (en zijn ouders) nodig heeft om tot een meer optimale ontwikkeling te komen.
      De laatste jaren ben ik mij daarnaast meer gaan richten op het begeleiden van ouders in dit proces. Als ik in deze begeleiding met ouders kan kijken naar wat zij nodig hebben om díé ouder te zijn, die zij zo graag willen zijn, dan is er niet alleen voor het aangemelde kind, maar ook voor de ouder en voor de andere kinderen in het gezin winst geboekt. Dit is een vorm van hulpverlenen, die mij veel energie geeft.
      In 2011 ben ik begonnen met de basisopleiding ‘contextuele hulpverlening’ bij Leren over Leven.

      9 oktober 2013: “Zonen zonder vaders”
      door Nelleke van Zessen, boeddhistisch geestelijk verzorger in dienst van justitie.
      Zij studeerde muziekwetenschap en religiewetenschap en volgt op dit moment de 2-jarige post-academische opleiding tot mindfulnesstrainer aan de Radboud Universiteit van Nijmegen.
      Werkzaam als boeddhistisch geestelijk verzorger in de gevangenis  ontmoet ik relatief veel mannen van Antilliaanse afkomst. Wie zijn zij? In de kranten lezen we over het 'Antillianenprobleem' en over 'zwaarder straffen'. Maar opgesloten in de gevangenis en afgesloten van onze samenleving weten we feitelijk maar weinig over hen. In de gesprekken die ik met hen heb, viel mij al snel op dat velen van hen zonder vader opgroeiden en realiseerde ik me dat voor hun kinderen op dit moment de geschiedenis zich herhaalt, want een vader in de gevangenis betekent vaak een ernstige breuk met het gezin. Een intergenerationeel patroon tekent zich af. De zoektocht naar meer kennis en inzicht bracht mij op het spoor van de Antilliaanse psychiater Glenn Helberg die de problematiek van Antilliaanse kinderen die zonder vaders op groeien in verband brengt met het zogenaamde post traumatic slave syndrome dat hij definieert als een collectief trauma: een ongeheelde - en ongedeelde - psychische verwonding, die generaties lang wordt overgedragen, die betrokkenen socialiseert en internaliseert, en die van slachtoffers 'daders' maakt.
      Mijn werk in de gevangenis, het werk van Helberg en andere deskundigen op het gebied van slavernij, inzichten van criminologen en psychiaters met betrekking tot trauma en criminaliteit vormen de ingrediënten van een studiemiddag waarin ik graag met u uitwissel hoe we schijnbaar individuele problematiek in een bredere en meerdimensionale context kunnen plaatsen.

      5 juni 2013 : “Dialoog in Beweging”
      door Gerdien van Zessen
      Werken met behulp van interviews op video om gescheiden ouders te bewegen richting ethische verbeelding en een constructieve ouderrol.
      Binnen ons werk krijgen we steeds vaker te maken met ingewikkelde vechtscheidingen wat het wezenlijke “zijn” van het kind in de weg staat. Ouders hebben het beste met hun kind voor, maar wat is het beste voor je kind als je zelf verwikkeld bent geraakt in een problematische relatie met de andere ouder van je kind.
      Interviews met “lotgenoten” brengen herkenning bij kinderen en maken ruimte voor eigen onthullingen. Voor ouders lijkt het minder bedreigend om via beelden de belevingswereld van hun kind te kunnen erkennen. In 1982 studeerde ik af met een cabaretstuk: “Maar ik ben er ook nog”. Een voorstelling die liet zien hoe ingewikkeld het is voor ouders om over je persoonlijke problemen heen te kunnen kijken en het belang van je kind te zien na een echtscheiding. In mijn werken met ouders en kinderen heb ik ontdekt dat interviews met kinderen van gescheiden ouders helpend kunnen zijn .
      Ik wil deze middag met behulp van beelden, de wijsheid van kinderen laten zien. Hoe interviews kunnen helpen om de dialoog tussen ouders en kinderen in beweging te zetten.
      Gerdien van Zessen

      6 februari 2013 : "PROEVERIJ"
      1. De meerwaarde van het betrekken van ouders bij de behandeling van anorexia
      Door Jenet van Uffelen
      Tijdens mijn werkzaamheden als pastoraal werker in onze gemeente heb ik gesprekken gevoerd met verschillende meisjes die lijden aan een eetstoornis. Deze stoornis fascineerde mij, onder andere vanwege de contradictie tussen enerzijds de behoefte gezien te worden en anderzijds de neiging om contact uit de weg te gaan. Ik zag ouders die graag wilden helpen, maar vaak niet wisten hoe en op afstand werden gehouden door hun kind.
      Dit alles wakkerde mijn nieuwsgierigheid aan en heeft er toe geleid dat ik mijn scriptie heb geschreven over de meerwaarde van het betrekken van ouders bij de behandeling van anorexia nervosa. Daarbij heb ik gekeken naar de bijdrage die de contextuele benadering kan leveren. Allereerst heb ik me door middel van literatuuronderzoek  verder verdiept in anorexia nervosa en gekeken of en waar raakvlakken zijn tussen het contextuele gedachtegoed en anorexia nervosa.
      Naast literatuuronderzoek heb ik zes interviews afgenomen. In de interviews heb ik onderzocht in hoeverre zaken als parentificatie en loyaliteitsproblematiek een eetstoornis (mede) uitlokken, dan wel in stand houden. Ook is gekeken in hoeverre contextuele interventies kunnen bijdragen aan het beëindigen of verminderen van de eetstoornis.  Ik wil de uitkomsten, maar ook de vragen die dit onderzoek heeft opgeleverd, graag met u delen!

      2.  Het werken vanuit sociale netwerkstrategieën
      door Hans Pollema en Nicoline Mensink
      Elk mens wil verbinding met de voor hem/haar belangrijke personen in zijn leven. Door allerlei omstandigheden kunnen mensen elkaar kwijt raken in het leven. De gezinnen en cliënten die wij begeleiden hebben vaak iemand nodig die hen weer de verbinding kan laten maken of herstellen van relaties met de voor hen belangrijke personen. Aan ons de taak om relaties weer betrouwbaar te laten worden. Dat doen wij door zelf een betrouwbare hulpverlener te zijn.
      Maar daarnaast moeten we niet vergeten dat we als hulpverlener maar een stukje meelopen in het leven van cliënten. Wij gaan weer door naar een ander cliëntsysteem en de cliënt moet zijn weg verder vervolgen. Hoe ziet dat eruit? Het is belangrijk om met cliënten  te onderzoeken wie er om een hen heen staan en wie dat over pakweg 10 jaar zijn. Wie staan er nog rond een kind als zij/hij 18 jaar is?
      Wat zou de cliënt ons vertellen als je zou vragen hoe jij voor zijn/haar sociaal kapitaal hebt gezorgd? Naar de toekomst kijken geeft mensen energie, terwijl naar de realiteit gaan vaak zwaarte geeft. Kan de cliënt ons vertellen hoe zijn/ haar (gezin er in de) er in de toekomst uit moet zien? Wat kan het gezin van jou daarin verwachten?
      Het werken vanuit SNS is een houding, een manier van werken van waaruit iedere professional moet samenwerken met de cliënt; een volwassene, een kind of een gezin. De cliënt en zijn omgeving zijn de deskundigen als het gaat om het leven van de cliënt. De professional sluit aan bij het sociale kapitaal van de cliënt en faciliteert dat de cliënt samen met familie en sociaal netwerk zelf besluiten neemt, plannen maakt en de voortgang van de uitvoering daarvan bewaakt. SNS kunnen zich richten op het benutten en activeren, het revitaliseren of het opbouwen van een sociaal netwerk. Het werken van SNS schenkt aandacht aan de veiligheid, de kansen tot ontwikkeling, de continuïteit en verbondenheid in het leven van de cliënt. En hoe kunnen wij onszelf als hulpverleners weer terug trekken? Het is onze opdracht om cliënten in hun kracht te zetten en hen de regie (terug) te geven. En onze taak om ons weer terug te trekken of zichtbaar te maken wat er voor de hulpverlening nog over blijft binnen die eigen kracht.

      3. Geweldloos verzet en nieuwe autoriteit
      Door Ineke Bannink, Leen Hermkens en Jan Hoet
      Geweldloos Verzet en Nieuwe Autoriteit sluiten naadloos aan bij de vraag naar betrouwbaar ouderschap. Ouders die zich machteloos voelen tegenover destructief gedrag van hun kind, lopen het risico zich uit de relatie met hun kind terug te trekken. Haim Omer ontwikkelde concrete interventiemethoden om deze ouders te steunen. Hij helpt ze om de ouderlijke positie in te nemen en te behouden, en dit op een geweldloze manier. Ouders worden geholpen om aanwezigheid aan te bieden, om toezicht te houden, om escalaties te vermijden en zichzelf onder controle te houden. Ze doen dit door een nieuwe vorm van autoriteit te hanteren, verankerd in een sociaal netwerk van hulpbronnen. Deze werkwijze biedt een alternatief zowel voor straffend en repressief optreden, als voor toegeven en verwennen.  Ook pleegouders, beroepsopvoeders, leerkrachten, … krijgen van Haim Omer gereedschap in handen om uit de escalatie met jongeren te stappen. Tijdens de proeverij zullen we verbinding zoeken tussen het gedachtegoed van Omer en Nagy.

      10 oktober 2012 : ‘Wonen’
      ‘De wereld wordt pas bewoonbaar vanuit de woning’  (E. Levinas)

      door Hanneke Meulink-Korf en Patrick Janssen
      Mijn verhuizing was aanleiding om met Hanneke in gesprek te raken over ‘het Huis’ en over ‘Wonen’. Ik had hierover voor het eerst gelezen in het boek: De filosofie van E. Levinas van Jan Keij. Wennen aan het nieuwe huis en het oude vertrouwde huis achterlaten vroeg veel van mijn aandacht. In die tijd was er nauwelijks ruimte om met cliënten bezig te zijn. Het thema ‘wonen’ kwam het afgelopen jaar zo af en toe weer voorbij in verschillende hoedanigheden zoals in de film: La silence de Lorna, die eindigt met Lorna die zich terugtrekt in een hut in het bos/zich afzondert van de wereld. Maar ook in de architectuur van huizen en bij kinderen aan wie gevraagd wordt een huis te tekenen als diagnostisch middel, waarbij het huis de beleving van het lichaam zou representeren. De uitspraak van een collega: “ thuis is de plek waar je je begrepen voelt”,  waarbij het huis ook een relationele dimensie krijgt, maar het is ook… ‘de plek vanwaar een mens weer kan uit gaan naar de wereld’... (uit: De Context  en de Ander  A van Rhijn en H Meulink- Korf blz 205).
      Patrick

      ‘Wonen’ betekent: een dak boven je hoofd, maar het is ook méér dan dat. Zoals thuisloosheid ook niet samenvalt met ‘geen dak boven je hoofd’. Wonen betekent ook in staat zijn om je terug te trekken, tot jezelf te komen, een wending naar binnen, tot rust komen, genieten. Een persoonlijke sfeer waarin je je thuis voelt.
      Home sweet home – geen wonder dat verhuizen soms tot depressie leidt (het gemis van vertrouwde contacten, het nieuwe went maar niet). Wat moet (al dan niet gedwongen) migreren dan wel niet betekenen… En wat is de wijsheid van projecten waarbij jongeren juist moeten ‘vervreemden’ teneinde zichzelf te vinden?  There’s no place like home - maar ‘thuis’ is ook de plek waar het ‘t meest wordt gevoeld als het  mis is met  fairness en justice.
      Wat bedoelen we als we zeggen: ik kan hem of haar ‘niet thuisbrengen’? Is dat zomaar een beeldspraak?
      Waarnaar verlangt een mens, die zich thuis wil voelen?
      Hanneke

      6 juni  2012 :  Families in transities zijn gebaat bij het verbinden van contexten
      door Kitlyn Tjin A Djie
      In de behandeling van migranten uit collectieve familiesystemen is het van belang om het contact met de oorsprong te herstellen, zodat het zelfhelende vermogen van de familie opnieuw geactiveerd kan worden. De familie wordt in staat gesteld contexten te verbinden waardoor weer continuiteit wordt ervaren. Families lijden vaak aan breuken en discontinuiteiten in contexten.  Enveloppement en beschermjassen zijn behandelmethoden die ervan uitgaan dat als mensen omhuld worden met krachtbronnen, verhalen, ankers en steunsystemen uit het verleden, ze weer in staat zijn zich te hernemen en ervaringen van toen kunnen integreren in ervaringen van nu.
      Een film over de Franse transcultureel psychiater Marie Rose Moro laat zien hoe zij vorm geeft aan ‘enveloppement’ in haar hulpverlening aan migranten. Een grote multiculturele groep therapeuten laat z’n licht schijnen vanuit diverse perspectieven op verhalen, dromen, en klachten van cliënten. De groep omhult de cliënten en vormt een grote warme beschermjas. Het helpt de cliënten om zich te hernemen door het probleem in het kader van het migratieverleden te plaatsen. De cliënt komt altijd met het hele gezin, of met andere verwanten naar de sessies. In de film wordt een casus getoond van een Afrikaanse alleenstaande moeder met twee zoons. Haar jongste huilt voortdurend. Door met de groep als beschermjas te reflecteren op haar dromen komt men erachter dat de moeder een groot verdriet bij zich draagt van verscheurdheid en verlies. Op het moment dat Moro aangeeft dat het kind huilt om haar verdriet, schreeuwt het kind. Dan vindt tegelijkertijd zichtbaar een moment van heling plaats. Het kind begint voor het eerst in die context te praten, ontspant zich en gaat spelen met zijn grotere broer.
      Kitlyn Tjin A Djie (1953) is geboren in Paramaribo, Suriname. Zij is transcultureel systeemtherapeut en erkend als opleider door de Nederlandse Vereniging voor Relatie en Gezinstherapie (NVRG). Zij heeft het model Beschermjassen ontwikkeld vanuit de jeugdhulpverlening aan migranten en is tevens eigenaar van Bureau Beschermjassen voor transculturele ontwikkeling. Ze is opleider/trainer bij diverse opleidingsinstituten. Daarnaast verzorgt ze training, coaching en procesbegeleiding in het kader van diversiteitsprojecten in organisaties. Beschermjassen is niet alleen van toepassing bij migranten: overal waar sprake is van uitsluiting van bepaalde groepen biedt het model handvatten om ruimte te geven aan diversiteit.

      8 februari 2012 : Proeverij
      1. "Echtscheidingskind. Wie helpt mij om mijn rugzakje lichter te maken?”  
      Ik wil jullie als collega's mee laten kijken naar mijn hulpverlening aan kinderen met gescheiden ouders. Van ervaring geleerd, kies ik er voor het kind centraal te stellen. Het uitgangspunt is dat ouders verantwoordelijk zijn en willen zijn en dat het kind loyaal is aan ouders om te geven. Partnerproblemen worden helaas vaak over het hoofd van het kind uitgespeeld en ondermijnen de verantwoordelijke zorg voor het kind. Het doel van mijn begeleiding is dat het kind zich gehoord voelt en zijn innerlijke gevoelens op een voor hem helpende en passende wijze naar buiten kan brengen. Naast erkenning voor het leed wordt het oplossingsgerichte vermogen van het kind aangesproken. Beide ouders worden op de hoogte gehouden en krijgen tips en advies in afzonderlijke/gezamenlijke gesprekken en een gezamenlijke mail.  Ik hoop dat we in deze contextuele "proeverij"  elkaar kunnen verrijken en inspireren om de hulp aan scheidingskinderen verder te ontwikkelen.
      Mieke Admiraal-van Faassen. gezinsbegeleider, contextueel hulpverlener, speltherapeut en KIES-coach.

      2. Adoptie
      Sinds 1974 werk ik als maatschappelijk werker bij de Fiom
      en heb me gespecialiseerd in de adoptie hulpverlening
      Aan de hand van een korte diareeks leg ik uit hoe ik met betrokkenen
      uit de adoptiedriehoek werk gezien vanuit de contextuele benadering.
      Een interview met mij in het adoptietijdschrift en mijn lezing “op zoek naar identiteit, op zoek naar eigenheid” ,zal ik uitdelen.
      Mea Coppens

      3. EFT( Emotionally Focused Therapy)
      Graag wil ik iets vertellen over mijn werkwijze als (partner)relatietherapeut bij
      een ambulant GGZ netwerk (Stichting 1nP) van 600 aangesloten, vrijgevestigde professionals in Nederland. Mijn werkwijze omvat een combinatie van met name 2 methodieken: zowel de Contextuele Benadering als de EFT methodiek.  Ik zal hierbij de EFT methode wat nader toelichten, ervan uitgaande dat deze niet bij iedereen bekend zal zijn. Gaande het werken met koppels en door verdieping in de EFT methode was het voor mij  interessant om te ontdekken, dat elementen van beide methodieken overeenkomsten vertonen, maar ook, dat er duidelijke verschillen zijn : zo legt  de EFT methode vooral accent op de 2de dimensie van de Contextuele Benadering, n.l. de dieperliggende emoties van mensen, die onder gedrag schuil gaan. De 3de dimensie komt in deze methodiek zo wie zo aan bod omdat het uitgangspunt is dat de partnerrelatie hersteld/verbeterd wordt. Aspecten vanuit de 4de dimensie laten zich in de EFT zien in begrippen als validatie/erkenning, verantwoordelijkheid, meerzijdige partijdigheid/met beide partners een betrouwbare relatie opbouwen, enz.
      Boven dit alles uitstijgend staat bij beide methodieken de verbinding tussen mensen centraal.
      Aan de hand van een casus zal ik het e.e.a. verduidelijken.
      Tjitske Hofma

      12 oktober 2011 Transgenerationele solidariteit en de “Heuristiek van de vrees”

      door Hanneke Meulink-Korf
      Er is aandacht besteed aan een filosoof die door Nagy een enkele maal in zijn publicaties wordt genoemd: Hans Jonas.
      Hans Jonas (Duitsland 1903- VS 1993) was aan het eind van zijn leven een wereldberoemd filosoof. Zijn aandachtsgebieden waren (behalve in zijn jonge jaren de antieke wereld en de gnosis) vooral de impact van de technologische ontwikkelingen in de natuurwetenschappen en het gebrek aan verantwoordelijk politiek beleid, op het voortbestaan van menselijk leven. Hij was heel bezorgd over de toekomst. Hans Jonas was een kritische leerling van Martin Heidegger en sinds zijn studietijd een naaste vriend van Hannah Ahrendt, die net als hij Duitsland was ontvlucht voor de dreiging van de nazis.
      Jonas had invloed op de milieubeweging wereldwijd. Vooral zijn boek “Das Prinzip Verantwortung” (1979) heeft veel aandacht getrokken, waaronder die van Boszormenyi-Nagy. Enige invloed van Jonas op Nagy is duidelijk.
      Ook Nagy vroeg aandacht voor de milieuproblematiek (evenals voor het tekort aan een forum of tribunaal ten behoeve van volken zonder politiek erkende regering). Nagy herkende bij Jonas het belang van de consequenties van het handelen van mensen nu voor toekomstig mensenleven. Hans Jonas formuleerde als ethisch gebod, of  “imperatief van verantwoordelijkheid”: “Handel zo dat de effecten van je acties in overeenstemming zijn met de duurzaamheid van echt menselijk leven”.
      Jonas waarschuwde tegen utopisch denken waarin de hoop een goedkope “oplossing” wordt. Voor het motiveren van mensen tot nemen (en aan volgende generaties kunnen doorgeven) van verantwoordelijkheid zag hij meer in een “heuristiek van de vrees”. (Heuristiek= de kunst of wetenschap van het zoeken en vinden. Vergelijk “Heureka” (Grieks) = ik heb het gevonden!).
      Hoe verhoudt zich deze motivatie van de vrees tot de contextuele benadering waarin veel wordt gesproken over hoop? Is dat tegengesteld, of kan het aanvullend zijn? En maakt het veel uit voor onze contextuele praktijk?

      15 juni 2011 Functional Family Therapy
      door Katinka Terpstra
      Functionele Gezinstherapie (FFT) is vanuit Amerika naar Nederland overgewaaid. FFT is hulp voor gezinnen met jongeren van 12-18 jaar waarbij zich moeilijkheden voor doen. Bijvoorbeeld gedragsproblemen thuis of op school, spijbelen, agressie, ruzies binnen het gezin en problemen met het invullen van vrije tijd, omgaan met ‘verkeerde’ vrienden en gebruik van alcohol en/of drugs. De jongere kan ook in aanraking zijn geweest met de politie. Bij FFT gaat het om gesprekken met het hele gezin. De oorzaken van het probleemgedrag worden aangepakt. Alle gezinsleden zijn belangrijk in de behandeling. Het gezin leert om op een andere manier met elkaar te praten. Het gezin leert nieuwe problemen op te lossen en herhaling van problemen te voorkomen.
      FFT is een evidenced based programma.
      In de gesprekken wordt er gekeken hoe het gaat in het gezin. Wat gebeurt er relationeel tussen hen en waarom doen zij dat zo? De sterke kanten van het gezin worden (weer) ontdekt en beschuldigingen worden verminderd. De moeilijkheden worden als een gezamenlijk probleem besproken en we maken ieder gezinslid verantwoordelijk. Daarna leert het gezin problemen met elkaar op te lossen door op een andere manier met elkaar om te gaan, verantwoordelijkheid te dragen en rekening te houden met elkaar. Het gezin leert ook irritaties en conflicten niet te laten escaleren en hulpbronnen te gebruiken.
      Wat brengt een contextueel therapeut ertoe om zich te verbinden met deze methodiek? Wat is de plek van de relationele ethiek. Hoe lukt het om deze op het oog onverschillige jongeren en hun teleurgestelde ouders weer met elkaar te verbinden?
       
      16 februari 2011: 'Een brug tussen de context en de homeopaat' 

      door Willem Verreyen, contextueel therapeut VCW reg. en gecertificeerd homeopaat.
      Willem heeft een eigen praktijk, waarin hij vanuit beide visies op de mens zijn cliënten een behandelaanbod doet. De integratie van beide visies vergroot de mogelijkheden tot stellen van diagnoses van zijn cliënten.  De inzet van beide visies ten bate van de behandeling werkt eerder versterkend en completerend dan conflicterend.  Willem heeft deze studiemiddag een en ander verteld over een aantal basisbegrippen uit de homeopathie en hoe deze wellicht toegepast kunnen worden in de eigen praktijk. Vervolgens is hij ingegaan op de visie vanuit homeopathie op de mens en hoe deze zich verhoudt tot de contextuele visie op de mens.
      Met voorbeelden uit zijn eigen praktijk heeft hij inzichtelijk gemaakt hoe blinde vlekken van de ene visie door de inzet van andere visie, wellicht voorkomen hadden kunnen worden.   
       
      13 oktober 2010: 'De sleutel van Rene Girard'

      door Hanneke Meulink-Korf.  

      R.Girard (geboren 1923, Avignon) wordt beschouwd als een eigenzinnige cultuurfilosoof; ‘eigenlijk’ is hij literatuurwetenschapper en historicus. Wie teksten van of over hem gaat lezen, moet vaak ergernis overwinnen. Want Girard gaat heel ver in zijn hypotheses over menselijk gedrag als mimetisch (= nabootsend) (een hypothese, zo noemt hij het zelf maar hij heeft er zeer vele goede aanwijzingen, ‘bewijzen’, voor). Onze begeerten en verlangens zijn mimetisch. Ook waar het mensen en smaak en sferen en overtuigingen betreft. Hier dreigt rivaliteit en dus mogelijk geweld. Want sommige ‘objecten’ van begeerte en verlangen zijn niet deelbaar. Als jij de coördinator (de beste therapeut, het meest toegewijde familielid) bent, kan ik het niet zijn. Als jij de geliefde bent van die aantrekkelijke man/vrouw..etc…Tenzij ik probeer om jou te overtroeven..
      Dit uitgangspunt over de basale structuur van de menselijke werkelijkheid botst met onze behoefte aan oorspronkelijkheid en autonomie. Maar is er veel te winnen wanneer de romantische mythe van originaliteit wordt onthuld en ontkracht. Mensen zijn door en door relationeel, door en door ‘socio- bepaald’; als leerlingen van Nagy zal die overtuiging ons aanspreken.
      Girard denkt na met andere perspectieven dan Nagy, wellicht minder diep (?). Als versterking van 2-de en 3-de dimensie-inzichten kan Girard echter waardevol en vernieuwend zijn. Maar ook voor de vraag naar recht – en vrede- zijn hier wijze inzichten te vinden.